Hoewel hij niets tegen een niet nader genoemde Zweedse meubelgigant heeft, houdt Kenneth Ramaekers toch een vurig pleidooi voor wat meer interieurcreativiteit. De gewezen directeur van het Hasseltse modemuseum is als vintage- en designliefhebber en verwoed verzamelaar dan ook voortdurend op zoek naar schoonheid. Het resultaat daarvan deelt hij graag via zijn Instagramaccount. En voor de gelegenheid ook in Flash!

Hoe is je passie ontstaan?

“Als kind al deed ik niets liever dan op de achterbank in de auto naar mooie huizen kijken. Nadien was het lange poos een droom om architect te worden. Omdat ik niet erg goed was in wiskunde, ben ik uiteindelijk fotografie gaan studeren. Die zoektocht naar schoonheid bracht me nadien tot bij het Hasseltse Modemuseum, waar ik tien jaar directeur ben geweest. Daarna bij mijn huidige job als marketingmanager bij Jansen Building Company. Neem daarbij nog mijn aangeboren zin voor nostalgie en fascinatie voor de verhalen achter objecten en het is niet verwonderlijk dat ik een vintage- en designliefhebber ben geworden.”

Herinner je je eerste stuk nog?

“Mijn eerste grote aankoop dateert uit 2003. Het is een tafel uit 1969 van Anna Castelli en Ignazio Gardella voor Kartell. Ze stond bij een architect in Brussel die zijn hele inboedel van de hand deed omdat hij zou verhuizen. Hoewel hij talloze vragen uit het buitenland kreeg, besloot hij toch voor het gemak te gaan: ik mocht ze zelf gaan opladen. Die tafel staat in o.a. het MOMA, maar dus ook in mijn woonkamer. Soms moet je gewoon geluk hebben …”

Is verzamelen geluk hebben? Of toch vooral veel rondkijken?

“Een combinatie. Een aantal dingen zijn op mijn pad gekomen, maar ik ga ook dagelijks op zoek. Via sociale media en het internet struin je de hele wereld af. Het is misschien gemakkelijker om naar een winkel in de buurt te gaan, maar ik pleit graag voor meer durf. Ook op het vlak van kleur. Dat zie je aan mijn kledij en aan mijn interieur (lacht). De Deense ontwerper Verner Panton, een van mijn grote inspiratiebronnen, heeft ooit gezegd dat ze een belasting zouden moeten heffen op de kleur wit. Daar leef ik wel een beetje naar. Vrolijke kleuren werken echt op mijn gemoed.”

Spelen we te vaak op veilig?

“Ja, absoluut. Ga maar eens voor een andere kleur dan dat eeuwige wit in de verfwinkel. Valt het tegen? Dan overschilder je die muur tocht gewoon? Zo is de kleur van mijn badkamerplafond knalroze, precies de kleur die modeontwerper Paul Smith gebruikt voor zijn shop in Los Angeles. En net zoals je heel gemakkelijk online een meubel koopt, verkoop je het weer.”

Welke tip zou je nog geven aan beginnende verzamelaars?

“Heel belangrijk: mooi wonen hoeft niet gek veel te kosten. Loop niet zomaar de eerste de beste meubelwinkel binnen om een nieuw bankstel te kopen. Ga op zoek naar een leuke vorm via tweedehands- of vintagesites en deins er niet voor terug op het meubel opnieuw te laten stofferen. Druk er je eigen stempel op. Op die manier kun je heel wat mooie dingen bij elkaar verzamelen. En mooi, dat is voor alle duidelijkheid wat jij mooi vindt, niet wat je buren mooi vinden (lacht).”

Investeer je in designmeubels om de schoonheid of om hun waarde?

“In de eerste plaats om hun schoonheid. Idealiter vallen waarde en schoonheid samen. Maar een aantal stukken zoals de Living Tower van Verner Panton, bijvoorbeeld, zal ik nooit van de hand doen, al weet ik dat de waarde ervan toeneemt. Het enige probleem is natuurlijk dat je op een bepaald moment ruimte te kort komt …”

 

DELEN