De charme van het grillen boven houtskool zit natuurlijk net in het feit dat het ook wel eens kan misgaan. Gevloek, het zweet dat je uitbreekt, stoom uit je oren en echte rookwolken zijn dan je deel. Om nog maar te zwijgen over de spottende opmerkingen van de gasten, die aangeven dat ze desnoods wel naar de frituur zullen trekken. Welke trucjes kan je gebruiken om je vuur aan te steken?

Houtskool, briketten of kokosbriketten?

Wie perfect gloeiende kooltjes nastreeft om zelfs de eerste hapjes te bereiden, moet zeker op tijd beginnen. Voordien heb je trouwens al een keuze moeten maken. Als je dunne stukken vlees wilt grillen, dan kan je houtskool gebruiken. Het vlees zal snel gaar zijn en door de hoge hitte een mooie korst krijgen. Ook voor de toch wat dikkere steaks waarbij een hoge temperatuur gewenst is, valt houtskool aan te bevelen. Briketten zijn echter aan te raden als je lang – 3 tot 4 uur – wilt gaan barbecueën op lage temperaturen. Kokosbriketten branden geurloos, heet en heel gelijkmatig. Wat je ook verkiest, zorg dat je de brandstof op een droge plek bewaart.  

houtskool briketten

Vuurtorentje bouwen

Om de eerste boost te geven aan je vuurtje gebruik je bij voorkeur aanmaakblokjes. Echter niet die witte chemische die een benzinelucht verspreiden. Wel de bruine die gemaakt zijn van geperst karton. Strooi een laagje kooltjes of briketten op de bodemrooster. Zorg dat de eventuele ventilatiegaten van je barbecue volledig open staan. Vervolgens druk je een paar aanmaakblokjes zo diep mogelijk in het midden tussen de kooltjes of briketten. Het is belangrijk dat ze lekker diep liggen. Warmte stijgt immers. Positioneer met een oude vleestang de kooltjes zoveel mogelijk op en rond de vlam. Als de toren klaar is mag je even (alles laten) rusten. Na zo’n 15 tot 20 minuten zullen de kooltjes rondom de aanmaakblokjes een witte laag as hebben en in het midden roodgloeiend zijn. Daaromheen beginnen de kooltjes ook te branden. 

 

Wapperende handjes

Je kunt de kooltjes of briketten ook doordrenken met spiritus, laten intrekken en dan de boel aansteken. De geur van de spiritus zal niet achterblijven. Spuit echter nooit spiritus bij als het toch niet van de eerste keer lukt. Tenzij je verzot bent op een steekvlam en verdwenen wenkbrauwen. Je kunt het vuur eventueel aanwakkeren door middel van een blaasbalg of waaier, bijvoorbeeld een aluminium schaaltje. Blaas nooit zelf in het vuur. Een oude haardroger – geen plastic exemplaar – of een verfstripper kan ook van pas komen. De echte purist maakt eerste een klein houtvuurtje in de barbecue en wanneer dat goed brandt komen er pas houtskoolklompjes op. Dit is iets tijdrovender maar het geeft een garantie op een goed hete barbecue. Gooi er dan ook meteen wat dennenappels bij voor een heerlijke geur.

 

De vlam in de pijp

Natuurlijk zijn er ook diverse hulpmiddeltjes. Zoals de brikettenstarter. Dat is een ijzeren pijp of schoorsteen. Neem een paar aanmaakblokjes en leg ze op de bodemrooster van de barbecue. Vul de pijp met kooltjes of briketten en zet de pijp op de kolenrooster. Steek de aanmaakblokjes aan… en trek een biertje open. De vlammen zullen een weg naar boven zoeken zodat alle kooltjes gaan branden. Als ze witte randen hebben, kan je ze voorzichtig over de barbecuebodem verdelen. Wanneer de kooltjes of briketten op temperatuur zijn, ga je ze niet door de hele barbecue verdelen. In een ideale wereld creëer je twee zones met verschillende temperaturen. Boven de hete kolen zal het vlees snel dichtschroeien en daarnaast kan het vlees langzaam naar de gewenste kerntemperatuur opwarmen. Zo kan je op je gemak barbecueën. Zonder dat je zenuwachtig aan het keren en draaien bent omdat het vlees dreigt te verbranden.

 

Zo nu je bbq aan is kan jij beginnen grillen. Nog enkele tips nodig om je vlees perfect te garen? Wij helpen je graag!