Sam haalt de ene na de andere onvoldoende. Op elke toets staat in grote, rode letters geschreven dat ze grondiger en beter moet studeren. Maar wat de leerkrachten niet weten, is dat Sam thuis erg hard werkt en zich geregeld laat overhoren door haar ouders. Herken je deze situatie? Studeert jouw kind goed maar vallen de resultaten vaak tegen? Misschien blokkeert je kind dan wel op cruciale momenten, waardoor cijfers vaak tegenvallen. Jouw kind zou wel eens faalangstig kunnen zijn. Het Huiswerkinstituut biedt faalangsttrainingen aan waar een therapeut, samen met je kind, aan de slag gaat om om te gaan met zijn angst.

Wat is faalangst?

De angst om te falen. Iedereen heeft angst om te falen maar 1 op de 10 jongeren tussen 10j en 13j gaat er slecht mee om.

Faalangstige leerlingen ervaren een allesoverheersende angst. Ze zijn bang om te mislukken, bang om niet aan de verwachtingen te voldoen die hun ouders, leerkrachten of zijzelf vooropstellen. Toch zijn zij geneigd de angst weg te stoppen en te doen of die er niet is. Leraren en ouders ondersteunen dit gedrag vaak door goedbedoelde boodschappen als ‘kom op joh, niet bang zijn’, ‘even flink zijn en doorzetten’. Deze aanmoedigingen kunnen sommige leerlingen over een kleine drempel heen helpen, maar bij faalangstige leerlingen werkt het juist contraproductief.

 

faalangstig

Symptomen

We maken het onderscheid tussen actieve en passieve faalangstigen. Actieve faalangstigen zijn het meest bekend. Dit zijn kinderen die verweven zijn met hun studieboeken en streven naar een zo hoog mogelijk resultaat. Op die manier proberen ze de angst onder controle te houden. Ze besteden veel tijd aan studie en vaak behalen ze ook goede schoolresultaten. Door deze goede schoolresultaten wordt het probleem niet altijd even snel opgemerkt.

De passieve faalangstigen zijn vaak nog veel moeilijker te herkennen. Zij proberen hun angst onder controle te houden door alles te vermijden wat met studeren verband houdt. Hun probleem is voor de buitenwereld zelden herkenbaar als faalangst. Zij bereiden zich oppervlakkig of helemaal niet voor en vluchten weg in allerlei activiteiten die niet met de studie te maken hebben. Ze proberen zo de angst te vermijden.

Veel kinderen die faalangstig zijn klagen ook wel eens van lichamelijke klachten. De typische terugkerende hoofdpijn, buikpijn, zweten en hartkloppingen zijn alarmsignalen. Wees alert en ga tijdig in gesprek met je kind.

Oorzaak

Faalangst treedt op als er gepresteerd moet worden, als men door iemand anders beoordeeld wordt, denk aan een toets, een spreekbeurt of een dansoptreden. Het zijn dwingende zorggedachten en een zeer uitgesproken emotionaliteit die resulteren in faalangstige gevoelens.

De zorggedachten kunnen zo overheersen dat er geen of nog maar weinig ruimte overblijft voor de eigenlijke taak.

De grote emotionaliteit wordt veroorzaakt door stress. Het lichaam reageert op deze grote adrenalineproductie door overmatig zweten, hartkloppingen, diarree, beven, slecht slapen, enz. Deze lichamelijke reacties heeft iedereen wel eens ervaren in een stresserende situatie. Maar bij faalangst is de emotionele en lichamelijke reactie zo overheersend dat de angst als onoverkomelijk en onvermijdbaar wordt ervaren. Hierdoor kan men niet presteren, denk aan de zogenaamde black-out.

Oplossing

De eerste stap  in het aanpakken van faalangst is het herkennen van de symptomen en het linken aan faalangst.

Bij actieve faalangstigen is het belangrijk om in een gesprek je kind een reëler beeld te geven van zijn prestaties. Door te laten weten dat een lager punt ook een goed resultaat is, wordt ademruimte gecreëerd. Daarnaast helpt het ook om je kind bij een toets aan te leren de vragen die hij niet onmiddellijk kan oplossen over te slaan en over te gaan naar de volgende. Zo ervaart hij dat hij toch wel meer weet dan hij denkt en keert de rust in zijn hoofd terug.

Passieve faalangstigen benader je best op een positieve manier door nadruk te leggen op wat het kind goed heeft gedaan. Stimuleer stap voor stap het zelfvertrouwen en wees geduldig. Licht de leerlingbegeleider in en contacteer eventueel een professionele begeleider om je kind verder te ondersteunen.

 

Tips voor ouders:

  • Geef evenveel aandacht aan de inspanningen van je kind (“goed geprobeerd”) als aan het resultaat.
  • Verwacht niet meer van je kind dan wat het aankan.
  • Zorg voor evenwicht tussen inspanning en ontspanning.
  • Ga niet in op het vermijdingsgedrag van je kind (“ik wil niet naar school”, “Ik ben een beetje ziek”). Door toe te geven, geef je je kind niet de kans te leren omgaan met stress en mislukking.
  • Blijf rustig en vermijd emotionele scènes.
  • Neem geen werk van je kind over.
  • Stel een positieve denklijst op.
  • Werk samen met je kind een haalbare tijdsplanning uit om je kind te ondersteunen.
  • Aarzel niet om naar het Centrum voor Leerlingenbegeleiding te stappen.

Maureen Berben