Je eigen groenten, fruit en kruiden kweken? Verser kan het niet. Maar weet je niet goed waar te beginnen? Haal je schop en gieter al maar buiten, want met deze snelcursus moestuinieren ben je meteen vertrokken. 

Een plek onder de zon

Wist je dat groenten en fruit zonnekloppers zijn? Een moestuin begin je daarom best op een plek waar de zon minstens zes uur per dag schijnt. Zorg wel dat de plantjes beschermd zijn als het stevig waait. Met een haag of een omheining zit je goed. Let op dat de plantjes daardoor niet in de schaduw staan, of de haag alle voedingsstoffen pikt. Een licht briesje kan trouwens geen kwaad. Zo kan de grond op hete zomerdagen afkoelen, of opdrogen na een fikse regenbui. 

De zeven essentials 

Een zonnig plekje gevonden? Tijd voor het échte werk. Daar heb je wel wat gereedschap voor nodig. 7 essentials die elke moestuinier moet hebben: 

  • Hark 
  • Spade
  • Woelvork 
  • Schoffel 
  • Gieter 
  • Plantenspuit 
  • Snoeischaar

Strak plan! 

Is de moestuin een plek voor het hele gezin? Kinderen zijn snel afgeleid. Om ze mee in je verhaal te nemen, is het geen slecht idee om samen een teeltschema op te stellen. Zorg ervoor dat er elke week iets te zaaien, planten of oogsten valt. Zelfs in het begin hoef je niet ongeduldig te wachten, want snelle groenten als rucola en tuinkers schieten als paddenstoelen uit de grond. 

Radijsjes of wortelen? 

Een goede vuistregel: plant of zaai geen tien kroppen sla in een keer. Ga voor meerdere smaken als je een moestuin wilt die nooit verveelt. Begin makkelijk met courgette, lente-ui, radijzen, erwten, wortelen, sla en boontjes. Heb je de smaak te pakken? Daag jezelf uit met bloemkool, tomaten, paprika en witloof. Vergeet niet dat niet alle gewassen van elkaars gezelschap houden. Dille en venkel hou je best uit elkaar, net als selder en peterselie. Topcombo’s zijn…  

  • Radijs en sla of komkommer 
  • Spinazie en aardbeien 
  • Tomaten en bieslook, ui, of peterselie 
  • Wortel en ui, prei of rozemarijn 
  • Aubergines en bonen 

Zaaien, ‘t is een kunst 

Spit eerst de grond goed om en haal het onkruid weg. Maak vervolgens een ondiepe geul en strooi de zaadjes dun uit. Zaden mogen zeven keer hun dikte onder de grond. Bedek nadien met aarde en geef meteen water. Een gieter mét sproeikop is daarvoor ideaal. Klaar? Knutsel dan labels om je moestuin te versieren, en misschien nog belangrijker: om niet te vergeten wat je waar hebt geplant. Nog een tip: als je tijd wilt winnen, kun je sommige zaadjes binnenshuis of in een warme kas voorzaaien. 

DELEN