‘Goedenacht’ is het meest overroepen woord dat ik ken. Goed bedoeld, zéker. Maar altijd ijdele hoop. Als de droom de vader van de wens is, zou de slaap het zwarte schaap van de nacht zijn.  Het is er wel, maar je kan het niet tellen. Omdat je het ziet niet. Veel geblaat, weinig wol. Die rekenkunde houdt me intervalgewijs wakker. Waar we meteen de vinger op de ligwonde leggen: slaapstoornis. Ik laat er -o ironie- mijn slaap voor 😉 Geeuw, en dat een kwart eeuw.

Het lijkt wel omgekeerd evenredig. Of zoals ze in de volksmond zeggen: hyperbool 😉

Nee, alle gekheid op een stokje, mijn slapeloosheid neemt toe met de jaren. Ik soes in horten en stoten. Estafettes, zolang de nacht strekt. De binnenkant van mijn oogleden zie ik zelden. ‘Ik moet nu echt slapen’, denk ik vaak als ik nog een verwoede poging onderneem. Die zelfdwang werkt haaks op het gewenste resultaat. Blijkt dat ik er ook al last van had tijdens mijn jeugd. Als kleine bengel van 6 kon ik makkelijk opblijven tot middernacht. Het einde van Derrick zien bijvoorbeeld. Of de winnaar van het Eurovisiesongfestival gehuldigd zien worden. Terwijl mijn oudere broers en zus al diep in dromenland lagen, kreeg ik mijn kijkers met geen paarden dicht. Kanttekening: ik ben met 5 jaar afstand de benjamin van de Aendekerks. En de slaaphordeloper van de familie.

Heeft het schade berokkend? Geen idee, maar ik ben geneigd te denken van niet. In mijn adolescente jaren kwam het goed van pas. Ik was een echte nachtraaf. Mijn creativiteit ontplooide zich graag tijdens de donkere kant van de aarde. Tegenwoordig kan ik er minder goed tegen. Het lukt nog wel, maar ik bekoop het met slaapdronkenschap gedurende de dag. En als ik dan, na uiteindelijk de slaap te vatten, ’s ochtends wakker word, denk ik maar aan één ding: na het werk weer meteen het bed in om verder te dutten. Maar dat is er nog nooit van gekomen. Want dan begint de cyclus opnieuw. 

De laatste tijd probeer ik -op ongevraagd advies van buitenstaanders- een boek te lezen. ‘Dat maakt gezond moe’, klinkt het dan. Vaak sluimer ik lekker voor de tv. Voor de helft in slaap. Als een kat. Maar wanneer ik naar bedstee klim, een verdieping hoger, ben ik weer klaarwakker. TV op de slaapkamer zou soelaas bieden. Maar die hangt er niet. En op een of andere manier wil ik het zo houden. Om in schermtijd te besparen. Een rad voor ogen. Misschien moet ik het toch overwegen. Weet je wat? Ik ga er eens een nachtje over slapen. 

Voor straks: goedenacht. En voor morgen: gezond weer op. 

David

 

DELEN