Noem me gerust ‘minimalistisch’ -graag zelfs- maar mijn tuin beperkt zich vooral tot ‘een gazonnetje’. Of toch grotendeels. De rest van de omkadering is lichtelijk verwilderd. Of zoals dat met een duur woord heet: georganiseerde chaos. Ik probeer mijn grasveldje gedwee te houden met een periodieke scheerbeurt. Lees: kort en krachtig. Qua oppervlakte is mijn pelouse niet groot, toegegeven. Wel hoog 😉 Scheelt een hoop maaiwerk. Wekelijks de topjes eraf volstaat om mijn hoogpolig buitentapijt ‘verzorgd’ te verklaren.

Wat is dat toch met ‘mannen en hun gazon’?

Ook ik trapte in die cliché. Omdat de immer groeiende sprieten te bevechten zijn met een woeste grasmaaier? Een toestel met een motor, dat ‘broem’ doet? Of omdat het resultaat direct zichtbaar is, met betrekkelijk weinig moeite? Luiheid dus. Wat het ook moge wezen, de gazon onder handen nemen, is blijkbaar een mannelijke aangelegenheid, om niet genderbevestigend te zijn. Want we willen niemand het gras voor de voeten maaien. Ben jij de geknipte persoon?

Grappig. De achtergrondmuziek van het weekende klinkt vanaf april vaak hetzelfde. Bij de ene begint het gezoem al wat eerder dan het andere. Soms zacht, vaak luid. Ik bewaar het maaien voor zaterdag en respecteer de ‘uitslaapregel’. Voor half elf ’s ochtends rijd ik niet uit. En nooit op zondag. Geen dank, lieve buren. Daarbij, dauwnat gras, daar blijf je best vanaf. Om nog gedetailleerder te gaan: ik ben een matrixmaaier. Eerst in de lengterichting, dan komt de breedte aan de beurt. Dambord dus. Vakjesdenken. Weer mannelijk.

En dan is het zover: de gazon ligt weer strak

Netjes gekortwiekt. Heerlijk geurend naar vers geschoren zoden. Niets zo bevorderend voor de gelukzaligheid als op je rug liggen op je groene mat en je vergapen aan de blauwe lucht of schaapjeswolken tellen. Binnen wordt buiten. Met de jaargetijden mee. Van zodra het weer het toelaat, gooi ik mezelf eruit. Leve het buitenleven. Mijn tuingeluk is begrensd en past op een halve are. Meer dan genoeg. Grasduinen in mijn florissante flora. Wie zaait en maait, oogst zielenrust. 

Wanneer lag jij nog eens in het gras en overdacht je je dag, je leven, je geluk, je plannen? Vond je vrede tussen al dat groen? Redde kalmte je? Verstopte jij je in je hof? Leidde escapisme je om de tuin? Laat de gazon in je hart. Al is het voor heel even. 

David

DELEN