Maandelijks houdt David een aantal kwesties tegen het licht. Op een gezonde, maar kritische manier deelt hij zijn persoonlijke visie hierover en neemt hij jullie graag mee in zijn diepere gedachten. Lees je mee?

Huiselen

Iedereen die me kent, weet dat ik nooit gewonnen ben voor nieuwe woorden en begrippen. Ik tracht de Nederlandse taal zoveel mogelijk authentiek te houden. Ik zeg het graag met woorden die voorhanden zijn. Toch wil ik voor het woord ‘huiselen’ graag een uitzondering maken. Veel werkwoorden kan je zachter maken door de laatste letters ‘-en’ te vervangen door ‘-elen’. ‘Fietselen’ klinkt bijvoorbeeld een stuk minder vermoeiend dan ‘fietsen’. Herinner je je het woord ‘sportelen’? Gewoon op je eigen tempo, wat je kan. Waardoor het veel leuker, veel speelser wordt, en je het dus ook wil doen. Uit eigen beweging. Zonder prestatiedrang. Het zet aan tot genieten.

‘Huiselen’. Hoe vaker je het zegt, hoe beter dat het bekt. Het dekt gewoon meer ladingen. Toegegeven, het is een wat vreemde stelling: ‘wonen’ willen vervangen door ‘huiselen’. Wonen, dat doe je wel, maar het is geen echte activiteit. Je ondergaat het. Het werkwoord is perfect vervoegbaar. Het staat ook op je identiteitskaart. “Wij huiselen in Hasselt” kan je in geen enkele zakelijke context gebruiken. Net daar ligt de kracht van het begrip.

Of wonen?

‘Wonen’ is eerder rudimentair. Alsof het een verplicht plaat(s)je is. Op de vraag: “Waar woon je?”, kan je een perfect afgelijnd – met uitbreiding – geografisch antwoord geven. “Schat, woon je even mee?”, klinkt niet. Het betekent niets. Misschien heel dunnetjes, tussen de regels. In het beste geval lijkt het op een zakelijke transactie. Je kan het dus alleen passief uitvoeren. Tenzij je moet klussen. Wat dan ook vaak geen feest is. ‘Huiselen’ klinkt een stuk zachter. Het is verweven met geluk. Smaakt altijd naar meer. Is een stuk intiemer, comfortabeler. Het bundelt ‘nesteldrift’ waaiergewijs met ‘haard aan, deurbel uit’ en ‘sociabel’. Graag thuis zijn. Om goed te ‘huiselen’ moet je best wel uit je schulp komen. Bij wijze van spreken. Iedereen heeft er talent voor. Je bent zo geboren. Geen nood, ik kom nog tot mijn punt.

Voor mij is ‘huiselen’ een multidisciplinaire taak. Je legt je huis in de watten, je bakert je kroost, je kookt lekker, je brengt rust in huis, je geniet van je ‘medehuiselaars’. Niet altijd een wandelingetje in het park, maar het wordt door je omgeving echt naar waarde geschat. Net daarom verdient ‘huiselen’ een volwaardig werkwoordelijk bestaan.

‘Huiselen’ voelt zich helemaal thuis in huis. Het woont er. Het is des huizes. Wanneer heb jij voor het laatst ‘gehuiseld’? Ik kan het alleen maar warm aanbevelen. Met spekjes of wat dan ook.

Naast de papieren variant van deze column in Puur Magazine ontdek je nu ook elke maand de avonturen van David online. Heb jij die van vorige keer gemist? Lees hem dan snel hier!

David schrijft - Flashmagazine