Het is wetenschappelijk bewezen: containerparken maken gelukkig. Lekker kort door de bucht. Is dit schouwspel gelegen in het feit dat ‘plaatsmaken’ de huiselijke ziel reinigt? Alsof je woning last heeft van obstipatie? Orde in je huis is orde in je geest? Refresh? Ik heb dat gevoel ook als ik mijn iPhone leegmaak. Of de prullenmand van de Mac. Dat geluidje. Het heeft iets. Geeft een kickje. Weggooien is meer dan een gewone handeling, een noodzakelijk kwaad, een verplicht plaatje. Het is een soort ‘wasbeurt’ voor je stulp. De uitdrukking ‘opgeruimd staat netjes’ komt dus toch ergens van. Maar we dwalen af …

Toegegeven, ik kom veel te weinig in containerparken…

Betekent niet dat ik op een vuilnisbelt woon, het zegt vooral iets over mijn aankoopgedrag. Telkens ik iets aanschaf, denk ik er meteen bij ‘hoe ik er vanaf geraak’. Het dagdagelijkse afval wordt netjes gesorteerd en opgehaald door de vuilniswagen. Zelfs dát voelt bevrijdend. Glas vindt de kortste weg naar de bol. Grofvuil heb ik eigenlijk zelden. Bruikbare dingen, en dus geen oude rommel, krijgt een tweede leven via de kringloopwinkels. Als ik dan toch eens de grove borstel hanteer, is de meest voor de hand liggende bestemming ‘het containerpark’. Daar waar met streng maar rechtvaardig is. Daar waar men op zijn milieustrepen staat. Daar waar de mensen zich glimlachend ontdoen van balast en zichtbaar tevreden huiswaarts keren. Daar waar het leven ruimte krijgt. Rust. Reinheid. Regelmaat.

Pure nestdrang

Als ik in dan toch eens in een interieursuper ben, denk ik soms: ‘Hier wordt instant happiness gehamsterd’, uit pure nestdrang. Waarna de afdankertjes hun natuurlijke weg vinden naar de eeuwige wrakvelden. In het containerpark stort je vooral je verzamelhart uit. Dubbel plezier: je koopt toekomstige containerritten. De wegwerpmaatschappij is nooit ver weg. Fast-moving consumer goods, maar dan in oneetbare vorm. Het kost niets en toch altijd prijs. Hap. Slik. Weg. 

Maar, en er is altijd een maar, of wat had je dan gedacht: als je het graag gezellig maakt met nieuwe spullen, en je wordt er gelukkig van, wie ben ik om te zeggen dat het niet mag? Vroeger kocht men een tafel met bijpassende stoelen die het soortelijke gewicht hadden van -pakweg- een bronzen kerkklok of een betonnen bloembak. Niet mooi maar degelijk. Meubels moesten een leven lang meegaan. Je diende er ook een leven lang aan te sleuren. Met de groeten van je onderrug en kinesist. Welk kind van mijn generatie zat graag op de prikkende bank van bomma?

Toch is duurzaam beter

Degelijker maar duurder. De kerk in het midden. De salontafel ook. Persoonlijk probeer ik ‘mode’ en ‘huisraad’ niet in de zelfde zin te gebruiken, voorgaande regel niet te na genomen, maar ook ik laat me verleiden door een leuke lamp, het zoveelste vintage tv-kastje of een kleerkast die je maar één keer in elkaar kan zetten. Als het onding me in de weg staat, breng ik het toch gewoon in een baan rond planeet upcycle? Grijns inbegrepen.

Wedden dat je de volgende keer in het containerpark let op de smile van je mede-weggooiers?

Alvast geen dumper op je eigen feestvreugde.
David

DELEN